Voor een juiste weergave van de site dient u javascript in te schakelen
Login voor leden
email
password

Geschiedenis


De Utrechtse Historische Studenten Kring is een Nederlandse vereniging van geschiedenisstudenten, opgericht in 1926, aan de Universiteit Utrecht. Ons Oud-bestuurslid en tevens erelid Helen Heskes heeft begin jaren ‘90 het gehele verleden gearchiveerd. Op deze pagina kan men lezen hoe de UHSK zich per periode heeft ontwikkeld.

1926-1931: oprichting en eerste jaren

Op 5 maart 1926 werd de UHSK op initiatief van de heren T.S. Jansma en J.J. Beyerman opgericht. In de eerste jaren werd het karakter van de vereniging vormgegeven waardoor in 1931 het eerste Huishoudelijk Reglement kon worden opgesteld.

 

De geschiedenis van het Instituut voor Geschiedenis in Utrecht begint officieel in 1921. In dat jaar werd het Instituut voor Middeleeuwse Geschiedenis opgericht, gevestigd aan de Drift. Vanaf toen werd het mogelijk om alleen in de geschiedenis af te studeren. Op de Drift bevond zich ook het Instituut voor Klassieke Talen, en de leeszaal Nieuwe Geschiedenis, met aan het hoofd de beroemde historicus G.W. Kernkamp. Destijds waren er niet meer dan tien studenten in de geschiedenis.

 

Het waren deze studenten die op 5 maart 1926 de Utrechtse Historische Studenten Kring oprichtten. De notulen van de oprichtingsvergadering zijn bewaard gebleven. De heren T.S. Jansma en J.J. Beyerman waren de initiatiefnemers. Op de vergadering deden zij voorstellen om de samenwerking tussen de historici te bevorderen, en riepen zij de aanwezigen op lid te worden van het Utrechtsch Studenten Corps. Tegen dit laatste bestonden echter bezwaren, en er werd besloten een onafhankelijke vereniging voor geschiedenisstudenten op te richten. Op 23 maart werd gekozen voor de naam UHSK. 

 

Het doel van de Kring was dus de samenwerking tussen historici te bevorderen. Het eerste huishoudelijk reglement uit 1931 laat meer zien over het karakter van de vereniging. Artikel twee luidt: ‘Het doel der Kring is, buiten het kader van der bestaande algemeene Studentencorporaties om, een band te vormen tusschen alle historische studenten aan de Rijksuniversiteit te Utrecht. En artikel drie: ‘De Kring draagt het karakter van een studieclub.’ Dit doel hoopte men te realiseren door het organiseren van lezingen, excursies en een jaarlijkse algemene ledenvergadering.

Lees meer
1931-1936: lezingen en een lustrum

In het Huishoudelijk Reglement stond dat het organiseren van lezingen een van de kerntaken van de UHSK was. Begin jaren ’30 werden de eerste lezingen georganiseerd, veelal in samenwerking met het andere organisaties en verenigingen. In 1936 bestond de UHSK tien jaar en werd het tweede lustrum gevierd. 

 

Voor de oorlog was het zeer gebruikelijk een vergadering te combineren met een lezing. Het organiseren van lezingen was, volgens het eerste huishoudelijk reglement, officieel een taak van de UHSK. Deze werden zowel door externe sprekers, als door UHSK`ers onderling verzorgd. De eerste lezing waarover in het archief correspondentie bestaat, werd gehouden in 1935. Het thema was ‘Oostelijke en westelijke invloeden in de Russische geschiedenis’, spreker was prof. Raptinsky.

 

Lezingen werden, conform het huishoudelijk reglement, regelmatig georganiseerd in samenwerking met andere verenigingen. Vaak werd hierbij samengewerkt met de Litteraire Faculteit van het USC, waar de UHSK voor de oorlog sterke banden mee had. In 1938 organiseerde de UHSK in samenwerking met het Dietsch Studenten Verbond een lezing over ‘de Groot-Nederlandse gedachte’. Volgens een brief van de heer J.A.J. de Leeuw uit 1951 waren die lezingen voor de oorlog zeer memorabel.

 

Een andere activiteit van de UHSK was het organiseren van excursies. Hierover bestaat nog aardig wat correspondentie. Het eerste uitstapje was in 1932, naar het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden. In 1936 ging de UHSK op bezoek bij het gemeentearchief Dordrecht, waar een van de oprichters, de heer Beyerman, inmiddels werkzaam was. Vaak werden er ook bezoeken gebracht aan andere studentensteden. Dit gebeurde in het kader van de Organisatie van Studenten Geschiedenis in Nederland, waar alle historische studieverenigingen in verenigd waren.

 

In 1936 bestond de UHSK tien jaar, en in lustrumvieringen heeft de UHSK altijd uitgeblonken. Ter gelegenheid van het tweede lustrum werd er een autotocht door de Betuwe georganiseerd, en een feestmaaltijd in historische kledij. Hier waren ook oud-leden bij aanwezig. De eerder genoemde brief van de heer De Leeuw geeft een mooi sfeerbeeld van de UHSK in deze periode.

Lees meer
1946-1951: de naoorlogse jaren

Na de oorlog kwam de UHSK weer tot leven. Eind jaren ’40 werden er al weer excursies ondernomen. De echo van de Tweede Wereldoorlog was echter nog merkbaar in de lezingen die na de oorlog werden gegeven.

 

De jaren vijftig en zestig waren een zeer actieve periode voor de UHSK. Na de oorlog was het universitaire leven weer op gang gekomen, en zo ook het leven binnen het Instituut Geschiedenis en de UHSK. Al vrij snel werden er weer excursies georganiseerd, en in de jaren hierna werd de eerste buitenlandse excursie van de UHSK georganiseerd. In 1947 waren er plannen, en in 1949 ging men naar Vlaanderen, de ‘bakermat van de beschavings- en cultuurgeschiedenis van onze Nederlandse Stam’.

 

Wat de UHSK onder andere uitvoerde op deze excursies blijkt uit liedjes die in deze tijd geschreven zijn: ‘Benedictijnen, Benedictijnen, met uw cider en uw bier. Als U niet oppast kan ‘t gebeuren, dat g’ons telkens terugziet hier’. Uit een ander liedje blijkt dat de UHSK`ers ook naar het strand gingen: ‘De Kring die ging eens zwemmen, In de Vlaamse zee. Ze moesten zich verkleden, Maar dat viel lang niet mee. Historici gingen zwemmen, figuur was er niet veel. Maar dat kwam voornaamlijk, van al de pap en meel.’ Echter: ‘De zon was veel te heet, Voor onze tere huid. We komen uit ‘t Noorden, En niet uit ‘t warme Zuid.’

 

Er werd gegeten, gedronken, gevoetbald en gezwommen. Toch waren er ook heel wat studie-inhoudelijke uitstapjes, en werden er regelmatig bezoeken gebracht aan andere studentensteden. Ook waren er vele lezingen, die vaak handelden over de Tweede Wereldoorlog of aanverwante onderwerpen. In december 1956 pakte de UHSK uit: de Britse professor Toynbee werd aangeschreven om te komen spreken. Helaas ging hij niet op de uitnodiging in.

Lees meer
1951-1966: Lustrumvieringen en disputen

Lustrumvieringen werden in de jaren vijftig en zestig groots aangepakt. Op het vijfde lustrum in 1951 waren onder andere prof. dr. P.C. Geyl, erelid prof. dr. B.H. Slicher van Bath en de oprichters van de UHSK aanwezig. Slicher van Bath hield een feestrede, er was een maaltijd en daarna een feest met cabaret, zang en dans. Op deze avond werd door Han de Zeeuw het gedicht ‘Historicus in Statu nascendi’ voorgedragen, dat hier verderop afgedrukt staat.

 

Het zesde lustrum in 1956 was niet goedkoop. Daarvoor kregen de gasten dan ook een voordracht, een uitgebreid diner in restaurant ‘De Schouw’ en een ad infinitum lustrumfeest. In 1961 bestond het lustrum uit twee dagen feest. Het vijfendertigjarig bestaan van de UHSK werd gevierd met de eerste dag een ‘Joyeuse Entree’ in kasteel Dussen, een thee-dansant in hoofse sferen, een door pages geserveerd maal in het kasteel en een avond in gepaste stijl met cabaret en dans; de tweede dag een forum, een receptie, een diner en een feest dat doorging tot diep in de nacht.

 

Hier kon het bestuur van 1966 uiteraard niet achterblijven. Voor het achtste lustrum werd een Comité van Aanbeveling gevormd, en er werden sponsors gezocht en gevonden. De activiteiten bestonden uit een lezing in de Senaatszaal van het Academiegebouw, een autorally in twee touringcars, een diner en een slotfeest in kasteel Duurstede te Wijk bij Duurstede, waar tot drie uur ‘s nachts kon worden doorgefeest.

 

De UHSK kende in de jaren vijftig en zestig ook disputen. Hier is echter vrij weinig over bekend. De disputen droegen onder andere de namen Albiobola, Panurge en Quint/Ondaatje. Een dispuut werd voorgezeten door een praeses, die bijgestaan werd door een mentor. De disputen waren vrij autonoom ten opzichte van de UHSK. Alle eerstejaars konden zich aansluiten bij de disputen. Men kwam dan gezellig bij elkaar op een geschikte studentenkamer, en hield voor elkaar voordrachten over een historisch onderwerp. Daarna ging men met z’n allen naar het café. Uit het archief blijkt, dat meer dan de helft van de leden lid was van een dispuut.

Lees meer
1961: Het Witboek van Van Dijk

In 1961 verscheen het ‘Witboek voor het Bestuur van de U.H.S.K.’, van de hand van de heer G.B. van Dijk. Dit boek beschreef de taken van het bestuur, maar besteedde tevens aandacht aan ‘bestuursetiketten’. Hoe diende het bestuur zich te gedragen? Dit feit kan men wellicht zien als de ‘vercorpsing’ van de UHSK in de jaren ’60.

 

In 1961 verscheen het ‘Witboek voor het Bestuur van de U.H.S.K.’, van de hand van de heer G.B. van Dijk. De heer Van Dijk beschreef hierin wat de taken waren van een UHSK-bestuur. Ook schreef hij hoe het bestuur zich diende te kleden op officiële gelegenheden, wanneer de bestuurslinten gedragen werden, en wat dies meer zij. Hieronder een fragment.

 

‘Het protocol binnen de UHSK beperkt zich meestal tot het dragen van een donker pak/mantelpak en lint. Bij kennismakingsbezoeken draagt men alleen donker pak/mantelpak. Bij een donker blauw pak draagt men grijze sokken en een grijze das. Ook behoort men bij het lint geen pochette te dragen. Tijdens pauzes en schorsingen doet men het lint af en hangt het (als men in de zaal blijft) aan de rechterknop van de rugleuning. De assessor draagt er zorg voor, dat bij afwezigheid van een lid, diens lint over de stoel hangt. Jacquet/zwart mantelpak wordt in principe door het bestuur slechts gedragen op de eigen lustrumreceptie. Ook de L.C. bezit linten. Deze berusten bij het ab actiaat.’

 

Verder diende het bestuur ieder jaar een kennismakingsbezoek aan te vragen bij de professoren, waarbij de ab actis dan moest zorgen voor een bloemetje voor de gastvrouw. In geval van ziekte of huwelijken en dergelijke, werden er ook bloemen of fruitmanden bij de betreffende docenten bezorgd. De bestuurslinten zijn verdwenen toen het revolutionaire bestuur van 1971-1972 ze dreigde te vernietigen. Inmiddels zijn ze weer terug bij de UHSK.

Lees meer
1961-1968: commissies en buitenlandse reizen

In het jaar dat de Berlijnse muur werd gebouwd was de UHSK op excursie naar Berlijn en in het jaar van de Praagse Lente was de UHSK in Praag. In de jaren ’60 waren er veel buitenlandse reisjes, het begin van een lange traditie binnen de UHSK. Verder werden de eerste commissies opgezet, zoals de kascommissie in 1961. In de jaren ’60 was de UHSK erg traditioneel en was de sfeer gemoedelijk. 

 

In de jaren zestig ontstonden de eerste commissies. In 1961 telde de UHSK vijf commissies: een lustrumcommissie, een kascommissie, een sportcommissie, een archiefcommissie en een grondwetscommissie. Lange tijd werden veel taken nog door het bestuur zelf uitgevoerd. Ook werden er wel commissies ad hoc samengesteld.

 

De excursies voerden in de jaren zestig verder van huis. Onder leiding van erelid prof. dr. Marietje van Winter reisde de UHSK in 1961 naar Berlijn. Voor deze reis werd subsidie verkregen. In 1968 ging men naar Praag en in 1969 naar Oost-Duitsland. Mevrouw Van Winter organiseerde ook stadswandelingen in Utrecht. Tenslotte werden er voetbalwedstrijden gehouden tegen andere verenigingen, die in 1969 ‘ongeacht het getoonde spelpeil worden voorgezet’.

 

Van groot belang voor dingen die zouden komen bij de UHSK, is dat zich in deze periode ‘een vleugje onderwijskritiek’ voordeed. In de jaren vijftig was al geprotesteerd tegen de korte tentamenduur. Tien jaar later stonden er grote veranderingen op til: de universiteit groeide enorm door de veel grotere aantallen studenten die zich aanmeldden. Hier en daar hingen de woorden ‘democratisering’, ‘inspraak’ en ‘vertegenwoordiging’ al in de lucht.

Lees meer
1968-1972: karakterverandering en ‘revolutie’

Ook de UHSK was door het revolutionaire elan van de jaren ’60 niet onberoerd gelaten. In de jaren ’70 accelereerde het revolutionaire gedachtegoed binnen de vereniging. De UHSK stond uiterst links in de studentenwereld, hetgeen soms tot heftige discussies leidde. Democratisering stond centraal, in die context begon de UHSK zich te bemoeien met het onderwijs en werd in 1972 de stuurgroep in het leven geroepen. De traditionele vereniging begon te veranderen.

 

In 1966 verlieten reünisten, die het veertigjarig bestaan van de UHSK kwamen vieren, geschokt het Instituut. Ze waren onaangenaam verrast door de veranderingen die de vereniging de laatste jaren had ondergaan: zo waren de disputen er bijvoorbeeld haast niet meer bij.

 

Begin jaren zeventig veranderde de UHSK radicaal van karakter. Van een gezelligheidsvereniging werd de UHSK een marxistisch getinte studentenvakbond, die in de studentenwereld uiterst links stond. Het bestuur werd afgeschaft, er werden discussies en demonstraties georganiseerd, er werd deelgenomen aan landelijke protestacties, het Academiegebouw werd bezet, en de voorzitter van de eerstejaarsraad was jarenlang een toonaangevend CPN`er.

 

Op welke wijze is deze verandering tot stand gekomen? Allereerst moet deze worden gezien tegen een achtergrond van een breder deel van de bevolking dat ging studeren, schaalvergroting van de universiteit en een verandering in de sociale achtergronden van de studenten. Overal ontstond langzaam een roep om democratisering, uitmondend in studentenopstanden en het revolutiejaar 1968.

 

Binnen de UHSK was de samenvoeging van de ‘studiecommissie’ en de UHSK van belang. Dit gebeurde in het jaar 1968-1969. Dit bracht grote veranderingen met zich mee voor het UHSK-bestuur: ‘Tot nu toe moest zo’n bestuur zich vooral bezig houden met het bevorderen van de sociale kontakten tussen de studenten onderling.‘ Daar is nu bijgekomen: het vertegenwoordigen van de studenten bij de diskussies over studieproblemen.’ In het jaarverslag 1968-1969 staat, dat het doel van het nieuwe bestuur voor dat jaar democratisering was.

 

Het blijkt dat dit niet zonder discussie ging: na de wisselings-ALV ging een boze groep naar een kamer om daar een ‘plan van actie’ op te stellen. Ook binnen het bestuur waren er nogal wat spanningen: de opvattingen van de verschillende leden liepen vaak zo uiteen dat er regelmatig knetterende ruzies te vieren waren.

 

In het jaar 1970-1971 werd zelfs de vraag gesteld of de UHSK nog wel zou moeten voortbestaan. Toch werd er een nieuw bestuur geïnstalleerd, dat zich vooral bezig wilde houden met studie-inhoudelijke zaken. Dit ging gepaard met enige uiterlijke veranderingen: het vorige bestuur had de aloude bestuurslinten al afgedaan, en vervangen door rode dassen. Dit bestuur nam aan het einde van haar bestuursjaar de linten mee, uit angst dat ze anders zouden verdwijnen. In 1972 vond namelijk de grote ommekeer plaats: de stuurgroep werd in het leven geroepen als besturend orgaan.

Lees meer
1972-1977: de UHSK als vakbond

Zoals overal in de Nederlandse samenleving stond participatie centraal, men wilde meebeslissen en meedenken. In deze periode kwam de UHSK op voor de sociaaleconomische positie van de student en waren er veel actieplannen, tevens bemoeide men zich met het onderwijs. De ideeën waren niet verstoken van de marxistische leer en de sfeer was destijds behoorlijk revolutionair. 

 

‘De UHSK, volgens zijn naam een kring, zou weer een echte kring moeten vormen, bestaande uit een aantal groepen die zich elk op een of meer van de bovengenoemde punten gaat toeleggen. Eens in de plusminus 3 weken wordt er dan een plenaire kringvergadering gehouden om de gang van zaken en eventuele nieuwe ontwikkelingen van acties te bespreken.’ Dit alles onder de briljante slogan: ‘Word actief in je kring!’

 

Wat kwam er nu terecht van de ‘UHSK-nieuwe stijl’? De allereerste stuurgroepnotulen dateren van 21 september 1973. In andere, ongedateerde stuurgroepnotulen komen kreten voor als ‘Niet meepraten maar meebeslissen’ en ‘verticale splitsing conservatief/progressief’. Het lustrum van 1971 had een totaal andere karakter dan eerdere lustra. Van tevoren was democratisch besloten hoe het lustrum eruit zou zien, en de deelnemers ‘maakten’ het lustrum zelf: er was een simulatiespel, een doorlopende filmvoorstelling, een jamsessie, toneelimprovisatie, en een eindfeest met vloeistofdia’s. De ‘ekskursie’ voerde naar Midden-Engeland, waar overblijfselen van de Industriële Revolutie werden bezichtigd.

 

De discussie over het onderwijs werd vooral beheerst door de verhoging van het collegegeld naar 1000 gulden, de onderwijshervormingen van minister Posthumus en de numerus fixus voor de opleiding Geschiedenis. In 1971 werd het UHSK-’Aktiecomité 1000 gulden nee’ opgericht. Er waren talloze plannen voor acties: anti-Posthumusacties, anti-bezuinigingsakties, USF-solidariteitsacties en onderwijsacties, maar ook ‘aksies ter verbetering van de sosjaal ekonomiese positie van de student’.

 

De UHSK heeft in die tijd wel iets moois bereikt. Omdat zich plotseling honderd in plaats van vijfentwintig eerstejaars hadden aangemeld, moest volgens het Instituut de helft worden uitgeloot. Hierop werd gereageerd door het opzetten van een alternatief programma, onder de naam ‘Binnen is binnen’. Door een combinatie van begeleiding van de staf in hun vrije tijd, begeleiding van ouderejaars en een leesprogramma konden de uitgelote studenten toch geschiedenisonderwijs volgen. Na een half jaar werden ze zo alsnog toegelaten: een groot succes.

 

Hierbij werd alles wel in een marxistische context getrokken, bijvoorbeeld de bezwaren tegen de numerus fixus: ‘Ruud wil het vooral gooien op een prinsipieele strijd, aan de hand van deze kwestie studenten bewust maken van de kapitalistische motieven achter seleksie en bezuiniging.‘ Hij zal een stensil maken waarin de principieele aspekten worden uiteengezet.’ Een schitterend beeld van deze tijd wordt geschetst in de ‘Hugenholtz-roman’ uit 1969. De Gentse professor Valodi komt aan op het Instituut Geschiedenis, waar zojuist een revolutie heeft plaatsgevonden.

Lees meer
1972: de promotie van G.B.J. Hiltermann

Dat de UHSK politiek steeds meer geëngageerd raakte, wordt duidelijk uit de protesten die in 1972 werden ingediend tegen de promotie van G.B.J. Hiltermann – een bekend journalist uit die periode. Politiek was de UHSK uiterst links georiënteerd.

 

De UHSK nam een duidelijk politiek standpunt in. In het archief van de UHSK zijn talloze communistische pamfletten te vinden. Enkele titels: ‘Solidariteit met de strijd tegen illegalisering en kriminalisering van KPD’ en Liga gegen den Imperialismus!’, ‘De bourgeoisie kan de klassenstrijd niet verbieden!’ en ‘Hun strijd, onze strijd, internationale solidariteit’. Ook werd er regelmatig opgeroepen tot deelname aan manifestaties van de CPN.

 

De oorlog in Vietnam was een belangrijk thema. In 1972 wilde de bekende commentator G.B.J. Hiltermann in Utrecht promoveren. De UHSK was hier tegen, omdat dhr. Hiltermann volgens de vereniging geen objectieve, waardevrije wetenschap bedreef. Zo ging hij namelijk voorbij aan ‘de werkelijke oorzaken van de oorlog in Vietnam’: de VS wilden zichzelf verrijken en grondstoffen aan het gebied onttrekken. Besloten werd tot een ‘ludieke’ verstoring van de promotie. In samenwerking met de USF en andere verenigingen toog men met pamfletten en de fluitspelende zwerver Kochius naar het Academiegebouw.

 

Dat de verstoring een succes was, bleek uit de brief die de UHSK een week later ontving van dhr. Hiltermann, waarin hij om uitleg vroeg. Dit resulteerde, na een briefwisseling over en weer, in een door dhr. Hiltermann toegezonden visitekaartje en een verhandeling van 26 pagina’s, waarin hij uitlegde waarom de UHSK`ers zijn visie op ‘de toestand in de wereld’ niet goed hadden begrepen. In het jaarverslag van 1972-1973 wordt toegegeven dat dit inderdaad niet zo’n geslaagde actie was. 

Lees meer
1977-1979: het einde van de UHSK als vakbond

Binnen de vereniging waren er ook tegenstanders van de radicale op actie gerichte koers die de UHSK in de jaren ’70 had ingeslagen. Dit werd al direct duidelijk, maar naarmate de jaren ’70 ten einde liepen raakte de UHSK steeds verder geïsoleerd. De ‘oude’ en traditionele vereniging van de jaren ’60 was verdwenen, maar nu eindigde ook de UHSK als vakbond.

 

Niet iedereen was het eens met het pad dat de UHSK was ingeslagen. Dit blijkt onder andere uit de notulen van een ALV uit 1973, waarop een discussie werd gevoerd of de UHSK al dan niet een algemene vereniging moest zijn. ‘Jan: vroeger geen politieke stellingname, gezelligheid, studieproblemen, interne en externe democratisering 1968. Ieder had een kans. Nu wordt de UHSK ‘new left’, met een marxistische levenshouding. “Ad: In ons werk merken we dat linkse politiek ‘t beste is om belangen te verdedigen.” Jan: “De UHSK-basis versmalt zich, goede sfeer is eraf.” Deze discussie mondde uit in een motie waarin voorgesteld werd de naam van de vereniging te veranderen in Marxistisch Historische Studentenvereniging!

 

In mei 1974 werd een seminar gehouden over de UHSK, waarbij de verschillende commissies, raden en groepjes waren uitgenodigd. Ook hier klonk kritiek: de tweedejaarsgroep had ‘weerzin’ tegen de UHSK. ‘Weerzin komt door image, kliek, autoritair, radikaal.’ De gestaalde kaders van de UHSK bleven echter vasthoudend: ‘We moeten toch tijd hebben onze (terechte) vizie over te brengen.’

 

Hoewel er in 1977 nog teruggeblikt werd op vijf jaar vakbond, en er plannen werden ontworpen voor een democratische vaststelling van het onderwijsprogramma, raakte de UHSK langzaam in een isolement. Ed Jonker wijt dit in een artikel in de lustrumalmanak van 2001 aan een ‘tot orthodoxie versteende denkwereld’. Veel studenten werden bewust geen lid van de UHSK. Maarten Prak beschrijft de groep in dezelfde almanak als een ‘dogmatische club beroepsactivisten’.

 

In 1979 moest het hele Instituut Geschiedenis naar de Uithof verhuizen. Daar is de UHSK als vakbond uiteindelijk een zachte dood gestorven. De innige samenwerking met de USF had de UHSK haar radicale glans gegeven. Wat er nog aan gedachtegoed over was, werd als volgt weergegeven: ‘De UHSK is links. Waarom zijn we links? Omdat we er links uitzien.’ Van de vereniging was, qua organisatie en ledental, inmiddels niet veel meer over.

Lees meer
1979-1982: de vroege jaren ’80

De vereniging was qua organisatie en ledental flink achteruit gegaan sinds de verhuizing naar de Uithof in 1979. Toch was er nog een klein groepje actievelingen over die zich met de UHSK bezig hielden. De oude vakbondsmentaliteit was verdwenen, en qua activiteiten kwam in de vroege jaren ’80 weinig van de grond. 

 

 

Utrecht, 28-3-1982

Beste Stuurgroep,

 

Graag zou ik spoedig een ALV bijeen geroepen zien. De reden is het financiële beleid van de UHSK. Aanleiding hiervoor is uiteraard het voor de tweede keer gestolen worden van de café-kas. Maar het financiële probleem is groter: slechts 80 leden (bij mijn weten was het streeftal 150), lange tijd onbetaald blijven van rekeningen (bijvoorbeeld studiegidsen), een grote schuld aan een van de sigarenkistjes van Pruis. Graag zou ik een voorstel (van de stuurgroep) zien waarmee we uit de problemen komen.

Bij voorbaat dank,

 

Frans van Besouw.

 

Uit de jaren tachtig is niet veel bewaard gebleven; draaiboeken en jaarverslagen ontbreken. Omdat afspraken voor lezingen en excursies nu vaker telefonisch gemaakt worden, is er weinig correspondentie bewaard. Naar alle waarschijnlijkheid lag de UHSK begin jaren tachtig grotendeels op haar gat. De oude vereniging was weggevaagd, maar ook de vakbondsmentaliteit uit de jaren zeventig was verdwenen. Wat resteerde was de structuur uit de jaren zeventig, zonder de inhoud ervan. De UHSK bestond blijkens ledenbladen uit een klein groepje actievelingen dat zich verzamelde in een stuurgroep.

 

Ondanks protesten was het Instituut Geschiedenis in 1979 naar de Uithof verhuisd. Daar werd in 1980 in een boekje dat ter gelegenheid van de verhuizing werd gepubliceerd, het volgende geschreven over de UHSK: ‘Maar al doen de feesten het tegenwoordig best goed, de echte vakbondsmentaliteit is verdwenen. De fut lijkt eruit. Alleen soms, bij wijze van nostalgie, wordt nu nog actie gevoerd. En de studenten? Die laat het over het algemeen koud of hun UHSK een vakbondsvereniging is dan wel een gezelligheidsvereniging.’ Van een lustrumviering in 1981 is niets bekend. De UHSK trachtte nog wel een eigen geschiedeniscafé te beheren, maar deze moest met verloop van tijd worden opgedoekt. Een of twee sportdagen werden afgezegd wegens te weinig belangstelling. Het enige waar de vereniging in die tijd waarschijnlijk op draaide, waren de feesten.

Lees meer
1982-1992: de vereniging recht haar rug

Naarmate de jaren ’80 vorderden nam de belangstelling voor de UHSK weer toe en kwamen er weer activiteiten van de grond. Bijvoorbeeld een groot internationaal congres op de Uithof en de viering van het lustrum van 1986. Eind jaren ’80 en begin jaren ’90 werden er blaadjes en commissies opgericht. De Aanzet stamt overigens als uit 1982. Tot slot verhuisde de UHSK in 1992 naar de Kromme Nieuwegracht 66. 

 

In 1986 wist men weer iets bijzonders neer te zetten. In dat jaar vierden behalve de UHSK namelijk ook de Universiteit Utrecht en het Instituut Geschiedenis lustrum. Deze gelegenheid werd te baat genomen om het grootste historische congres ooit in Nederland gehouden te organiseren. Dit congres droeg de naam ‘Balans en Perspectief’. Het werd gehouden op 22, 23 en 24 mei in de Uithof, en er was een groot aantal nationale en internationale sprekers uitgenodigd, waaronder prof. dr. J.C. Riley van Indiana University en prof. dr. G. Stedman Jones van Cambridge University. Daarnaast gaven veertien Nederlandse historici een visie op heden, verleden en toekomst van de geschiedbeoefening in Nederland. ‘Opmerkelijk is het feit’, aldus het mediabericht dat door de universiteit werd verspreid, ‘dat het congres geheel door studenten georganiseerd wordt.’

 

Minder is, dat voor de tentoonstelling over de geschiedenis van de vereniging allerlei archiefstukken werden opgevist en van plakkertjes en klittenband werden voorzien. Na afloop bleken deze helaas moeilijk te verwijderen, en zo werden de toegetakelde stukken ‘het eerste huishoudelijk reglement uit 1931, het gedicht uit 1951, de brieven van G.B.J. Hiltermann uit 1972‘ maar weer terug in een doos gestopt, die daarna nog twee verhuizingen moest overleven. In de jaren tachtig moeten er sowieso meer archiefstukken verloren zijn gegaan.

 

Van de Uithof verhuisde het Instituut in 1987 weer terug naar de binnenstad ‘dit maal naar het Lucas Bolwerk 5. Hier kende men enkele knusse jaren. De UHSK deelde hier ruimte met allerlei andere, grotendeels ter ziele gegane verenigingen en redacties, zoals DinaMiek, Quark, Braga, de Derde Kamer, SHT en Aanzet. Sporen hiervan zijn nog te vinden op de UHSK-kamer, en Aanzet bestaat uiteraard nog steeds. Aanzet werd in 1982 opgericht met het oog op methodiek en theorie van de geschiedenis. Hiervoor organiseerde men ook lezingen en studiedagen. Aanzet was onafhankelijk; het blad werd gefinancieerd door de verkoop van studieboeken.

 

Het jaar 1982 zag eveneens de oprichting van de Eerstejaarsraad. De EJR stond los van de UHSK en was bedoeld als overlegorgaan tussen de eerstejaars en de rest van het Instituut. Voor alle problemen rondom de studie konden eerstejaars hier terecht, en al vanaf het begin maakte de EJR de alternatieve studiegids. Daarnaast waren er een aantal blaadjes: ‘De Wortel’ was een uitgave van het Instituut, maar werd grotendeels geschreven door de UHSK. Vanaf 1974 bestond ‘De Boom’ als UHSK-ledenblad, welke na de verhuizing veranderde in ‘Lubo 5 Chronicle’. Activiteiten werd verzorgd door de activiteitencommissie. In 1986 en 1987 werden ook weer buitenlandse reizen gemaakt, naar Straatsburg en Trier. Het boekenfonds zag haar oprichting in 1986.

 

De feestcommissie, geleid door de ‘feestcommissie-goeroe’, later ‘feco-pip’ (feestcommissie primus inter pares), organiseerde in de Breekweek een feest. Hier, en op colleges, werden eventuele leden voornamelijk geworven. De stuurgroep plakte als collectief het ledenblad in elkaar. Al deze bedrijvigheid dreigde echter te verdwijnen, toen er opnieuw een verhuizing voor de deur stond: dit maal naar Kromme Nieuwegracht 22. Gezamenlijk protest had deze keer wel zin: en in 1992 werd er verhuisd naar Kromme Nieuwegracht 66.

Lees meer
1992-1994: stijgende ledentallen

Begin jaren ’90 groeide de UHSK fors. Dit maakte het noodzakelijk om weer na te gaan denken over de eigen structuren en organisatie. De UHSK kreeg weer een bestuur, welke leiding moest geven aan de stuurgroep en verantwoordelijk was voor de administratieve en financiële taken. De ALV bleef echter het hoogste orgaan.

 

In 1992 en 1993 werd binnen de UHSK veel gepraat over de eigen organisatie. Moest er een bestuur, een draaiboek, een huishoudelijk reglement komen? Waar elke vereniging een bestuur had, was dit bij de UHSK nog steeds niet het geval. Uiteindelijk werd besloten tot een tussenvorm, waar op een beladen ALV over gestemd werd. Uit de almanak van 1992: ‘Het aantal anachronistische lefties dat wit wegtrekt bij het woord ‘bestuur’ blijkt op deze vergadering net te klein om de oude structuur te handhaven.’ Voortaan zou de stuurgroep geleid worden door een bestuur, dat verantwoordelijkheid droeg voor de administratieve en financiële taken, en het naleven van de besluiten van de stuurgroep.

 

Het aantal leden begon inmiddels weer te stijgen. De vroege jaren negentig waren de hoogtijdagen van de UHSK-feesten. Op enkele missers na, zoals het geflopte ‘anti-fascistisch feest’ in EKKO, werden om de vier weken feesten gehouden waar 150 tot 200 man op afkwamen. Deze vonden plaats in de Grote Catacomben. In 1992 werd de excursiecommissie opgericht. Ook was er een video- en lezingencommissie en een sportcommissie. ISHA-activiteiten werden frequent bezocht; in 1994 werd het internationaal congres zelfs in Utrecht gehouden. Toch zette het lustrum van 1991 een domper op het geheel: het weekend was een succes, maar de lustrumdag niet. De bedoeling was een forum te organiseren met prominente sprekers als prof. dr. H.W. von der Dunk, dhr. C. Groenhuijsen en dhr. H.J.A. Hofland. Lust ‘91 had de zaken goed voor elkaar. Maar een maand voor het lustrum werd de volgende brief verstuurd: ‘Tot onze grote spijt delen wij U bij deze mede, dat de geplande lustrumdag van de Utrechtse Historische Studenten Kring van 5 oktober aanstaande, is afgelast. Wij zagen ons hiertoe genoodzaakt wegens afzeggingen en andere organisatorische problemen. Wij danken U voor Uw belangstellende medewerking.’

Lees meer
1994-1998: een nieuw tijdperk voor de UHSK

In de tweede helft van de jaren ’90 brak voor de vereniging een nieuw tijdperk aan. In 1996 werd het archief van de UHSK op orde gebracht en men dacht na over professionalisering van het ledenbestand en de administratie. 

 

Vier delen geschiedenis van de UHSK hebben inmiddels de revue gepasseerd. In deze geschiedenis is beschreven hoe de UHSK zich ontwikkelde: van een kleine kring geschiedenisstudenten voor de oorlog, tot een bloeiende vereniging in de jaren vijftig en zestig, tot de marxistische revolutie in de jaren zeventig. Er is geschreven over protocol en over grote lustra, over protesten bij promoties en een alternatief programma voor uitgelote studenten. In de jaren tachtig leek de vereniging te kwakkelen, maar langzaam krabbelde ze op, en daar is het vorige deel geëindigd. Inmiddels wordt het heden dicht genaderd. Daarmee wordt het schrijven van dit stuk lastiger: velen die het lezen zullen het hieronder beschrevene zelf nog hebben meegemaakt. De afstand wordt kleiner.

 

In 1992 was besloten dat de UHSK weer een bestuur zou krijgen. De stuurgroep bleef echter het besluitvormend orgaan van de vereniging; de nog uit 1982 stammende statuten bleven van kracht. Het scala aan activiteiten dat eind jaren tachtig, begin jaren negentig was opgezet bleef bestaan. Het eerste bestuur moest de taken voornamelijk zelf uitvinden. In deze tijd was het vrij normaal dat een bestuur twee jaar aanbleef: dit werd gezien als goed voor de continuïteit, en bovendien bestond er simpelweg weinig animo om een jaar bestuur te doen. Zo naderde men het lustrum van 1996. Hélen Heskes organiseerde het archief tot in de puntjes en schreef een uitgebreide geschiedenis van de vereniging, die opgenomen werd in de lustrumalmanak. De zeventigste dies van de UHSK werd uitgebreid gevierd, met een boottocht, een congres en diverse feesten.

 

Langzamerhand begint zich in de jaren na het lustrum echter een kentering af te tekenen binnen de UHSK. Het bestuur 1997-1998 stelde zich als eerste ten doel de organisatie van post en administratie te verbeteren. Er bestond geen gestructureerd ledenbestand, en veel raakte kwijt. Om het inmiddels 250 leden tellende bestand effectief te kunnen beheren, werd een Access-database in het leven geroepen. Daarnaast moesten de financiën worden aangepakt, en dan vooral de boekhouding van de commissies. Zo werd een fundament gelegd voor een financieel gezonde vereniging. Ook deed het bestuur van 1997-1998 iets opmerkelijks: het maakte first contact met andere studieverenigingen. Voor het eerst bezocht de UHSK borrels en recepties van andere verenigingen, waarbij het bestuur blijkens de almanak van 2001 van de ene verbazing in de andere viel. Dat een hedendaags UHSK-bestuur inmiddels uit volleerde borrelaars en receptiegangers bestaat moge duidelijk zijn.

Lees meer
1998-2001: De UHSK profileert zich

Aan het einde van de jaren ’90 was er kritiek dat de UHSK te veel naar binnen gericht zou zijn. Het devies was: vernieuwen, uitbreiden en snel professionaliseren. De UHSK zoals we haar nu kennen begon vorm te krijgen.

 

In de jaren hierna werd het roer duidelijk en definitief omgegooid. In het ledenblad, dat inmiddels van ‘Route 66’ ‘Agora’ was geworden, verscheen een kritisch stuk, waarin de UHSK verweten werd teveel naar binnen gericht te zijn. Deze kritiek schoot een aantal mensen in het verkeerde keelgat, maar de schrijver stond niet alleen. Er bleken meer mensen te zijn die een proces van vernieuwing, uitbreiding en professionalisering voorstonden. Zo verscheen het bestuur 1998-1999, dat de geschiedenis is ingegaan als het bestuur dat de professionalisering van de UHSK is begonnen. Heel voorzichtig werd een begin gemaakt met bestuurskleding: men schafte zich bestuurs-afritsbroeken aan. Toch vielen op een heftige wisselings-ALV nog woorden als ‘uniformisering’ en ‘dictatuur’.

 

De UHSK trad nu meer naar buiten als dé vereniging voor alle geschiedenisstudenten. Men ging zich meer profileren, er werd een begin gemaakt met het werven van sponsoren, en er werden bestuursbeurzen aangevraagd. De contacten met andere verenigingen leidden tot het Pan Historisch Verband en het Full House-feest. Ook zaken als constitutieborrels, beleidsplannen, jaarverslagen en jaarafrekeningen werden in dit jaar geïnitieerd. Het ledenaantal groeide, niet in het minst dankzij de innige samenwerking met de IntroductieCommissie van de opleiding. Het leek erop dat de UHSK een ingrijpende metamorfose aan het ondergaan was.

 

Het bestuur 1999-2000 wist de ingezette veranderingen te continueren, als eerste met de aanschaf van bestuursblouses. In dit jaar nam de UHSK bovendien historisch tijdschrift Aanzet over. Door de fusie met de stichting die Aanzet uitgaf, kreeg de UHSK er twee belangrijke taken bij: het uitgeven van Aanzet, en het organiseren van de studieboekenverkoop voor de leden. Tot op heden is dit één van de belangrijkste activiteiten van de vereniging. Daarnaast werd de onderwijscommissie opgericht. Het lustrumbestuur van 2000-2001 had, naast het lustrum, de invoering van het BaMa-stelsel en nauwere contacten met docenten en alumni in haar beleidsplan staan. Er verscheen wederom een almanak, en de lustrumreis voerde met het vliegtuig naar Tunesië. De UHSK werd vanaf nu zeer effectief voorgesteld aan de eerstejaars op het introductiekamp.

Lees meer
2001-nu: de UHSK als volwassen vereniging

Tijdens het eerste decennium van de eenentwintigste eeuw heeft de UHSK zich ontwikkeld tot een volwassen vereniging.

 

Met ongeveer 1350 leden is de UHSK anno 2013 één van de grotere verenigingen in Utrecht, en de grootste vereniging binnen de Faculteit Geesteswetenschappen. De jaren na 2001 zagen een verdere voortzetting van het beleid van professionalisering en structurering. Zo zijn de commissies gestructureerd, zijn er nieuwe statuten aangenomen, en is er een Comité van Aanbeveling. Het symposium waar al veel gerenommeerde sprekers op afkwamen is een jaarlijkse aangelegenheid, evenals het gala dat in 2001 zijn intrede deed. Het toneelstuk werd al in 1997 geïntroduceerd, het Politiek Café in 2002. Daarnaast zijn er de excursies, weekenden, ouderdagen, feesten, borrels en sinds enkele jaren de Von der Dunk-lezing in het Academiegebouw. Ook organiseert de UHSK voor haar leden in samenwerking met Letteren Werkt! de carrièredag, en er zijn er de onderwijscommissie en de evaluatiedag. De UHSK-das, -mok en kussensloop, handdoek en kelnersmes werden geïntroduceerd. Het 82e bestuur introduceerde zelfs een vaandel met daarop de afbeelding van de Pegasus die het logo van de UHSK siert.

 

Een dergelijk scala aan activiteiten en zo’n ledental is uniek in de geschiedenis van deze vereniging. Dit alles had waarschijnlijk niet kunnen ontstaan zonder het beleid van vernieuwing en professionalisering dat eind jaren negentig werd opgestart. De UHSK heeft de periode die zij nu beleeft grotendeels hieraan te danken. In wezen is het hele proces van de periode 1985-2005 te kenschetsen als een langzaam proces van ‘normalisering’. De veranderingen die op verschillende punten werden geïntroduceerd, vaak tot ongenoegen van een oude garde, hebben ertoe geleid dat de UHSK een volwassen studievereniging werd. Aan het begin van de 21ste eeuw ziet men ook de commissieshirtjes toenemen, en het bestuur gaat in pak naar formele aangelegenheden. De UHSK werd daarnaast een politiek onafhankelijke studievereniging: voor alle geschiedenisstudenten, links of rechts.

Lees meer

Nieuwsoverzicht

Historicidagen 2017

In augustus 2017 worden de Historicidagen georganiseerd: drie dagen vol met lezingen, debatten en workshops om de samenwerking tussen alle soorten (kunst)historici te bevorderen, de diversiteit en dynamiek van de historische praktijk te tonen en nieuwe inspiratie op te doen. Deel jouw expertise, project of passie en werk mee aan de inhoud van het programma. Stuur je voorstel in vóór 15 januari 2017. 

Waarom Historicidagen? 
Historici staan midden in de samenleving. Maar hoe goed kennen historici uit verschillende maatschappelijke domeinen elkaar? Om de samenwerking tussen alle soorten historici te bevorderen, nam
KNHG, de beroepsorganisatie van Nederlandse historici, het initiatief tot de Historicidagen. Ook de UHSK helpt mee met het organiseren van de Historicidagen. 

Wat zijn de Historicidagen? 
De Historicidagen zijn een driejaarlijks terugkerende ontmoeting in de ruimste zin van het woord: markt, beurs, arena, congres. Hier vind je een staalkaart van het historisch bedrijf en kan je meepraten over de frontlijnen en uitdagingen in het actuele historische debat.

Voor wie zijn de Historicidagen?
De Historicidagen staan open voor allen die beroepsmatig met het verleden bezig zijn: docenten, studenten, medewerkers van archieven, musea en andere erfgoedinstellingen, zelfstandig ondernemers, onderzoekers en andere historische professionals. 

Werk mee aan het programma van de Historicidagen 2017
Het programma van de Historicidagen biedt een breed scala aan plenaire lezingen, presentaties, debatten, manifestaties en voorstellingen. Daarnaast is er ruimte voor een groot aantal parallelsessies (2 uur) waarin historici hun eigen werk kunnen presenteren.

Deel je expertise, projecten, ideeën of vragen en stuur vóór 15 januari 2017 een voorstel naar de Programmacommissie. Je kan een individueel paper indienen, maar je kan ook als groep of organisatie een idee voor een hele parallelsessie inzenden. Kijk voor de spelregels op de website.

Kosten
Bij early bird registratie vóór 15 mei 2017 is de toegangsprijs voor de Historicidagen €100, voor studenten/promovendi €50, inclusief koffie, thee, lunch en een feestelijke avond met muziek. Na 15 mei 2017 zijn de toegangsprijzen respectievelijk €130 en €80.

KNHG-leden krijgen korting: bij registratie voor 15 mei 2017 is de toegangsprijs €80; voor studenten/promovendi leden €35. Na 15 mei 2017 betalen KNHG-leden respectievelijk €110; studenten €65.

Vragen? Aarzel niet contact op te nemen met Marijke Huisman, projectsecretaris Historicidagen, marijke.huisman@huygens.knaw.nl 

 

Klik hier voor de website van de Historicidagen.

Lees meer >
28-06-2017

Advertentie